Mannetje Bruine Kiekendief met prooi. Foto: Niels de Schipper.Mannetje Bruine Kiekendief met prooi. Foto: Niels de Schipper.
Tabel 1: Overzicht van het aantal Bruine Kiekendieven Circus aeruginosus op slaapplaatsen in Zeeland in de periode 9 december 2006 tot en met 6 januari 2007. Het betreft voorlopige, nog niet gecontroleerde resultaten!
Tabel 2: Overzicht van het aantal Blauwe Kiekendieven Circus cyaneus op slaapplaatsen in Zeeland in de periode 9 december 2006 tot en met 6 januari 2007. De getallen tussen haakjes hebben betrekking op vogels die wel naar de slaapplaats toekwamen maar op het allerlaatste moment alsnog vertokken. Het betreft voorlopige, nog niet gecontroleerde resultaten!Tabel 2: Overzicht van het aantal Blauwe Kiekendieven Circus cyaneus op slaapplaatsen in Zeeland in de periode 9 december 2006 tot en met 6 januari 2007. De getallen tussen haakjes hebben betrekking op vogels die wel naar de slaapplaats toekwamen maar op het allerlaatste moment alsnog vertokken. Het betreft voorlopige, nog niet gecontroleerde resultaten!
Figuur 1: Aantal Blauwe Kiekendieven sinds de winter 1988/89 in het Verdronken Land van Saeftinghe.Figuur 1: Aantal Blauwe Kiekendieven sinds de winter 1988/89 in het Verdronken Land van Saeftinghe.
Tot en met 6 januari zijn in Zeeland op 34 verschillende locaties in totaal 50 slaapplaatstellingen van kiekendieven uitgevoerd. De resultaten zijn samengevat in de tabellen 1 en 2. Het belangrijkste gebied voor kiekendieven is het Verdronken Land van Saeftinghe waar zich 86% van de Bruine en 47% van de Blauwe ophield. Ze voelen zich er bijzonder goed thuis omdat er volop voedsel voorhanden is, de rust er is gewaarborgd en er veilig kan worden overnacht.

Voedsel in relatie tot voorkomen
Zoals meestal bij het voorkomen van vogels is het voedsel sturend. In 1993 werd hierover door Roger Clarke en anderen gepubliceerd (zie hier). In de periode 1989-1992 werden in Saeftinghe 170 braakballen van de Bruine en een kleine 641 van de Blauwe Kiekendief verzameld.

Bij de Bruine werden in de helft ervan resten van ganzen en eenden aangetroffen. Op basis van gewicht is het belang een stuk groter. Een gans of eend weegt immers veel meer dan een steltloper, ral of duif. Bruine Kieken moeten het ’s winters vooral hebben van zieke en dode exemplaren. In het buitendijkse Saeftinghe, met zijn pakweg 100.000 overwinterende eenden en ganzen, is dat geen enkel probleem. Als je goed op Bruine Kiekendieven let, ontdek je hoe het bemachtigen van voedsel ’s winters in zijn werk gaat. Ze vliegen langdurig laag over de vegetatie op zoek naar iets eetbaars. Zodra ze wat gevonden hebben, landen ze erbij en beginnen onmiddellijk van de prooi te eten. Ze hebben een voorkeur voor de borst, waar het meeste en bovendien het makkelijkst bereikbare vlees zit. Er hoeven maar wat borstveren weggerukt te worden en ze kunnen erbij. Al snel verschijnen soortgenoten die ook een graantje mee willen pikken. Als je boven het schor een groepje bakkeleiende Bruine Kiekendieven ziet die steeds naar de grond gaan, weet je wel wat er aan de hand is: er ligt wat te eten en ieder wil zijn deel. Hetzelfde tafereel speelt zich af als een andere roofvogel een prooi heeft bemachtigd. Maar dan is het wel even wachten tot die genoeg gegeten heeft. Een Buizerd, Slechtvalk of Zeearend laat zich niet zo maar wegjagen! Dat lukt wel met soortgenoten. Overigens delven bij ruzie om een prooi, mannetjes die bij de Bruine Kiekendief 25-30% minder wegen dan vrouwtjes, het onderspit. Waarschijnlijk is dat de reden dat op binnendijkse kleinere slaapplaatsen relatief meer mannetjes worden waargenomen. Ze gaan op die manier de concurrentie uit de weg. Ook bij Blauwe Kiekendieven hebben vrouwtjes het overwicht. Dat blijkt uit het gegeven dat mannetjes gemiddeld later op een slaapplaats landen dan vogels in vrouwkleed en als ze dat al eerder doen, veel vaker worden opgejaagd. Waarschijnlijk is het eerste een gevolg van het tweede. Als je steeds wordt opgejaagd, is het verstandig later te komen. Uit het onderzoek naar braakballen van Blauwe Kieken bleek dat ze leven van kleinere prooien en dat het aandeel zoogdieren, vooral muizen, een stuk groter is. Buitendijks leven geen muizen en het aantal grijpbare zangvogels is er beperkt. Daarom zijn ze voor hun voedsel meer aangewezen op binnendijkse gebieden. Vandaar het naar verhouding wat geringere belang van Saeftinghe voor deze soort. Maar ook voor de Blauwe geldt dat hoe meer schor, hoe beter het ze vergaat. Dat ontpolderen is heus zo gek nog niet!

Stabilisatie Bruine Kiekendieven en verdere afname Blauwe kiekendieven
Het aantal overwinterende Bruine Kiekendieven ligt deze winter met naar schatting 135-150 ex in dezelfde orde van grootte als vorig jaar. Toen het aantal overwinteraars geschat werd op 130-140 ex. (zie de vorige nieuwsbrief). In die nieuwsbrief wordt tevens de trend van het aantal Bruine in Saeftinghe gegeven.

Het aantal overwinterende Blauwe ligt met 45-60 ex wat lager dan de 70-90 ex van vorig jaar. Het aantal in Zeeland overwinterende Blauwe neemt al jaren af. Op plaatsen waar vroeger geregeld  5-15 ex werden waargenomen, zoals de Maire bij Ouwerkerk, de Rattekaai bij Krabbendijke, de Kruiskreek bij Sint Kruis, het Paulinaschor bij Biervliet, de Sint Pieterspolder bij Philippine en het Grote Gat bij Oostburg, worden tegenwoordig hooguit een paar vogels waargenomen. Een aantal gebieden komt zelfs niet meer voor in de tabel 2, terwijl ze deze winter wel door een teller zijn bezocht! In figuur 1 wordt de trend van het aantal overwinteraars voor Saeftinghe gegeven. Hoewel er sprake is van een behoorlijke afname, is die minder groot dan in de binnendijkse gebieden.

Kleden
Bij de Bruine ging het bij 8 van de 136 vogels om een vogel in mankleed en bij de Blauwe om 10 van de 47 vogels (tabel 1 en 2). Verhoudingen van respectievelijk 1 op 17 en 1 op 4,7 zijn in vergelijking met eerdere jaren normaal. Bedenk dat het bij de vogels in vrouwkleed bij beide soorten vooral om onvolwassen vogels gaat. Vogels dus die in het voorjaar van 2006 zijn geboren en waarbij in het veld in de eerste winter het onderscheid tussen man en vrouw niet mogelijk is. Voor beide soorten geldt dat vogels in mankleed ’s winters ten minste 1,5 jaar oud zijn.

Clustertelling
Rond de jaarwisseling zijn op een aantal plaatsen clustertellingen uitgevoerd. Bij een dergelijke telling worden op één avond alle dicht bijeen gelegen potentiële slaapplaatsen geteld. Op die manier kunnen van zowel vogels die ter plaatse gaan slapen als van langstrekkende of op het laatst alsnog vertrekkende vogels de exacte slaapplaatsen worden gelokaliseerd. Er zijn in totaal vier zulke tellingen uitgevoerd. Het gaat om:

  • het gebied rondom de Schengekreken en de Heerenpolder bij Wolphaartsdijk met 7 deelnemers, 6 Bruine en 3 Blauwe;
  • de kreken bij Axel met 5 deelnemers en 1 slechts Bruine;
  • het Groot Eiland bij Hulst met 6 deelnemers, 3 Bruine en 2 Blauwe;
  • Saeftinghe en de schorren aan de Bevelandse kant van de Westerschelde met respectievelijk 6 en 20 deelnemers, 117 en geen Bruine en 22 en geen Blauwe.

Oproep
Behalve aantallen op slaapplaatsen zijn ook In een eerdere nieuwsbrief is jullie beloofd dat de resultaten zullen worden samengevat in een artikel voor een landelijk tijdschrift. Daar wordt hard aan gewerkt. Als iemand nog oude gegevens heeft liggen, dan zouden ondergetekenden die graag ontvangen. Alles is welkom, zelfs kopieën of scans uit notitieboekjes. Per slaapplaats zijn we een dataset aan het samenstellen en gaan op die manier het voorkomen van beide soorten over de laatste 25 jaar reconstrueren. Overigens zijn gegevens die eerder werden ingezonden in verband met het landelijke project in de tweede helft van jaren tachtig van de vorige eeuw al in ons bezit.waarnemingen aan het gedrag welkom. Wat dat betreft werden al waardevolle notities ontvangen van Eric Blaakman en Rob van Westrienen (1983-1990) en Pieter Simpelaar (1991). Alle drie afkomstig uit West Zeeuws-Vlaanderen, een van de (voormalige?) bolwerken van de Blauwe Kiekendief in Zeeland. Ook in dit geval hoeven de resultaten niet uitgewerkt te zijn en volstaat een kopie of scan.

Slotoffensief
Dé mogelijkheid om het aantal overwinteraars voor deze winter nog bij te stellen, ligt in jullie hand. In het weekeinde van 20/21 januari vindt namelijk een simultaantelling plaats. We rekenen erop dat dezelfde waarnemers die in december een bepaald gebied hebben geteld, dat ook nu weer doen. Mocht je geen tijd hebben, tel dan gewoon een week later of ga op zoek naar een vervanger. In deze tijd van het jaar begint een telling om 16:15u en duurt tot circa 17:45u. Een week later verschuiven de tijdstippen een kwartier. Gebruik voor het doorgeven van de resultaten bij voorkeur het formulier.

Voor nieuwe waarnemers, zoek een potentiële slaapplaats op en doe mee! Potentiële plaatsen zijn grote rietvelden gelegen in of nabij open gebied. Meestal zijn de slaapplaatsen in gebruik tot begin maart. Dus wat let je om de komende weken op zoek te gaan naar een nog onbekende slaapplaats. Vanaf maart kunnen overigens nog spannende dingen gebeuren. Denk daarbij aan een onverwachte toename van het aantal mannetjes Blauwe op een bepaalde slaapplaats of het verschijnen van de eerste Bruine op een plaats waar ook Blauwe slapen. Het laatste leidt geheid tot gedonder waaronder spectaculaire in de lucht uitgevochten ruzies.

Er liggen nog wensen wat betreft de duinen van Schouwen met name de Verklikkerduinen, de van Rumoirtschorren, de Bruintjeskreek, het Rammegors, de Vinkenissekreek, de Westkapelse Kreek, de kreken bij Sint Kruis (een clustertelling en speciale aandacht voor de Kruiskreek niet te verwarren met de Sint Kruiskreek), de kreken in de omgeving van Koewacht en Zuiddorpe (clustertelling) en het Dievengat nabij Nieuw Namen.

Neem voor informatie contact op met Henk Castelijns