Een bijna vliegvlug jong van de Bruine Kiekendief op 1 juli 2006 aan de Kleine Kreek in de Nieuw-Kieldrechtpolder. Foto: Jeroen CastelijnsEen bijna vliegvlug jong van de Bruine Kiekendief op 1 juli 2006 aan de Kleine Kreek in de Nieuw-Kieldrechtpolder. Foto: Jeroen Castelijns

Een internationaal gezelschap bij de slaapplaats van kiekendieven in februari 1992 nabij de Zuidstal in het Verdronken Land van Saeftinghe. Van links naar rechts Don Scott (Belfast Noord Ierland), André Bourgonje (Den Haag), Roger Clarcke (Cambridge Engeland) en Heinrich Beltig (Stemwede Duitsland).Een internationaal gezelschap bij de slaapplaats van kiekendieven in februari 1992 nabij de Zuidstal in het Verdronken Land van Saeftinghe. Van links naar rechts Don Scott (Belfast Noord Ierland), André Bourgonje (Den Haag), Roger Clarcke (Cambridge Engeland) en Heinrich Beltig (Stemwede Duitsland).
Tabel 1: Aantallen in Zeeland en op de Zuid-Hollandse Eilanden in de winter 2005/06 getelde Bruine Kiekendieven en Blauwe Kiekendieven.Tabel 1: Aantallen in Zeeland en op de Zuid-Hollandse Eilanden in de winter 2005/06 getelde Bruine Kiekendieven en Blauwe Kiekendieven.
Figuur 1: Aantal Bruine Kiekendieven sinds de winter 1988/89 in het Verdronken Land van Saeftinghe.Figuur 1: Aantal Bruine Kiekendieven sinds de winter 1988/89 in het Verdronken Land van Saeftinghe.

Vorige winter hebben aan de tellingen in het Deltagebied 55 waarnemers meegedaan. In totaal werden door hen 140 tellingen uitgevoerd. De tellers was gevraagd drie keer te tellen en wel omstreeks 10 december, 7 januari en 28 januari. Toch zijn niet telkens alle gebieden (volledig) geteld. Redenen daarvoor zijn dat in een aantal gebieden geen kiekendieven kwamen slapen en daardoor vervolgtellingen weinig zinvol waren; sommige gebieden alleen geteld kunnen worden met meerdere personen, maar dat niet altijd mogelijk was en gewoon om dat waarnemers ook wel eens wat anders te doen hebben. Op zich is dat geen probleem. Immers kiekendieven die ergens overwinteren zijn nogal plaatstrouw waardoor een ontbrekende telling wel is bij te schatten. Dat wil niet zeggen dat kiekendieven nooit van slaapplaats wisselen. Integendeel dat doen ze zelfs vrij frequent, maar het gaat dan wel om locaties die dicht bijeen liggen. Denk daarbij eerder aan enkele kilometers dan aan een tiental kilometers of meer.

In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het aantal per keer getelde vogels. Als je de tabel bekijkt, valt onmiddellijk op dat de aantallen omstreeks 7 januari het hoogst waren. Dat komt omdat enkel op die datum ook het Verdronken Land van Saeftinghe werd geteld. Voor een telling zijn daar minstens acht en bij voorkeur tien waarnemers nodig en dat is niet telkens te organiseren.

Aannemende dat beide soorten ’s winters plaatstrouw zijn, van Bruine weten we dat zeker en bij de Blauwe hebben we daarvoor sterke aanwijzingen, hebben in Zeeland in de winter 2005/06 circa 130 Bruine en 70-90 Blauwe overwinterd. Het bolwerk voor kiekendieven in Zeeland is het Verdronken Land van Saeftinghe waar zich 85% van de Bruine en 33% van Blauwe ophield. Bij de Bruine Kiekendief was 1 op de 24 in mankleed en bij de Blauwe Kiekendief 1 op de 4. Uit het Verdronken Land van Saeftinghe, waar al een lange traditie van kiekendieftellen bestaat (zie foto en figuur 1), weten we dat het bij de Bruine voor meer dan 90% om jonge vogels gaat. Vogels dus die in het broedseizoen voorafgaand aan de winter zijn geboren. Er lijkt een verband tussen het broedsucces en het aantal overwinteraars. In het qua broedsucces topjaar 2001 en de vrij goede jaren 2002 en 2005 overwinterden in de opvolgende winters hoge aantallen Bruine Kieken in Saeftinghe. Terwijl in de winter volgend op het broedseizoen 2003, dat voor de soort desastreus was verlopen, het aantal overwinteraars laag was (figuur 1).

Afgelopen winter is er ook geteld op een aantal plaatsen in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee. Daar ging het om 1-3 Bruine en 9-10 Blauwe. Omdat ons de historie van die gebieden ontbreekt, is moeilijk te zeggen hoe volledig de tellingen daar zijn. Zeker is dat één van de belangrijkste gebieden, de Scheelhoek aan de zuidwestzijde van het Haringvliet, niet werd geteld.

De vorige telsessies waar door Wout Bassie in het Jaarverslag van de Roofvogelwerkgroep Zeeland 1997 uitgebreid verslag werd gedaan (zie hier), vonden plaats in de winters 1996/97 en 1997/98. Het aantal overwinteraars werd toen voor de Bruine geschat op 40-50 ex en voor de Blauwe op 150-250 ex. Nogal stevige veranderingen dus!

Oproep telling winter 2006/07
Ook de komende winter worden weer tellingen van kiekendieven op slaapplaatsen georganiseerd. Na de winter zullen de resultaten worden gebundeld. Voor wat betreft de Bruine Kiekendief in een artikel voor een landelijk tijdschrift en voor wat betreft de Blauwe Kiekendief waarschijnlijk in het jaarverslag van de roofvogelwerkgroep Zeeland.

Wij rekenen weer op vele deelnemers. Leden van een vogelwerkgroep, zullen via dat kanaal worden benaderd. Niet-leden of leden die niet actief zijn, maar toch aan de tellingen willen meedoen, kunnen zich opgeven bij een van ondergetekenden.

In zo’n tweede jaar kan je van de ervaring van het voorafgaande jaar gebruik maken Daarom wordt de aanpak van de keer wat anders. In de weekeinden van 16/17 december 2006 en 20/21 januari 2007 zijn er simultaantellingen zoals men dat gewend is. Daarnaast worden waarnemers verzocht in de periode 22 december tot 7 januari een aantal belangrijke clusters op één avond met meerdere personen te tellen. We zijn ervan overtuigd dat we op die manier een nog beter beeld van het aantal overwinteraars krijgen. We hebben vorig jaar met de methode geëxperimenteerd nabij Axel en dat beviel erg goed. Ruim van te voren zullen wij aangeven welke clusters wij in gedachten hebben. Voor eentje staat dat al vast, op zaterdag 6 januari 2007 wordt de cluster Saeftinghe/Vlaamse Kreek/Schor Waarde/Schor Bath geteld. Bij die telling is iedereen welkom. Voor wat betreft de telling ten zuiden van de Westerschelde is het bezoekerscentrum Saeftinghe de plaats van afspraak. Degene die daar om 15:00 uur aanwezig zijn, kunnen na een korte instructie vanaf 15:30 uur met de telling beginnen. Voor de noordzijde van de Westerschelde zoeken we nog tenminste twee personen. De instructies en telformulieren voor de overige tellingen volgen via de werkgroep of per email.

Aanmelden kan per email bij Wannes Castelijns of bij Henk Castelijns.