Het jong uit het eerste geslaagde grondnest van de Slechtvalk in Nederland sinds 1926! foto: Henk CastelijnsHet jong uit het eerste geslaagde grondnest van de Slechtvalk in Nederland sinds 1926! foto: Henk Castelijns

Een nestkast met één bijna vliegvlugge Torenvalk. In een slecht muizenjaar moeten Torenvalkjongen het wel vaker zonder broers en zussen stellen. Foto: Henk Castelijns.Een nestkast met één bijna vliegvlugge Torenvalk. In een slecht muizenjaar moeten Torenvalkjongen het wel vaker zonder broers en zussen stellen. Foto: Henk Castelijns.

Het einde van het roofvogelbroedseizoen komt in zicht. In Zeeuws-Vlaanderen zijn tot half juli in totaal bijna 270 jonge roofvogels geringd. Dat is voor een slecht muizenjaar bepaald niet onaardig.

Het ringen van jonge roofvogels is geen doel op zich. Tijdens het ringen wordt door het meten van de vleugellengte de leeftijd tot op een dag nauwkeurig bepaald en wordt door het opnemen van het gewicht de conditie bepaald. Bovendien worden alle bij het nest aangetroffen prooiresten op naam gebracht. Door het samenbrengen van al die gegevens kan een uitspraak over het broedseizoen 2006 worden gedaan en kan een vergelijking worden getrokken met eerdere seizoenen. 2006 zal te boek gaan als een slecht jaar voor de Torenvalk, maar als redelijk normaal voor Buizerd en Bruine Kiekendief.

Dit voorjaar werden in Torenvalknesten geregeld prooien aangetroffen zoals Mol, Pimpelmees, Witte Kwikstaart, Merel, Zanglijster, Turkse Tortel en Groene Kikker. Dan weet je het eigenlijk al: het is slecht gesteld met de (woel)muizenstand en het wordt dikke misère met de Torenvalken. Torenvalken zijn voor hun voedsel namelijk sterk afhankelijk van woelmuizen en als er weinig muizen zijn moeten ze zich behelpen met andere prooien.

Door de lage muizenstand zijn in 2006 heel wat nestkasten leeg gebleven die vorig  jaar nog bezet waren. Bovendien was het broedsucces laag. In normale jaren vliegen gemiddeld 4,0 jongen per nest uit: in 2006 hooguit 3,3. Omdat tijdens het ringen is gebleken dat de conditie van heel wat jongen matig of slecht was, zal het aantal uitgevlogen jongen ongetwijfeld lager dan 3,3 uitvallen. Binnen enkele weken, zodra alle nacontroles zijn uitgevoerd, weten we meer.

Hoewel vooral in 2003 (jaarverslag 2002-2003, voedselsituatie) is gebleken dat Zeeuwse Buizerds en Bruine Kiekendieven voor een goed broedseizoen een goede woelmuizenstand nodig hebben, deden beide soorten het in 2006 toch best redelijk. Dat komt omdat er in het voorjaar een ware geboorte-explosie van Konijnen heeft plaatsgevonden. Op plaatsen waar in 2005 maar een enkel of hooguit een paar Konijnen zaten, huppelen er nu tientallen rond. Daaruit blijkt dat ze de virusziekte, die vorig jaar de stand decimeerde, te boven zijn gekomen. Weten we tenminste weer wat fokken als Knijnen is! De aantrekkende Konijnenstand was overigens ook aan de prooiresten op bijvoorbeeld Buizerdnesten te zien. In 2005 was één op de 6,8 prooirest Konijn, in 2006 ging het om één op 3,6.

Door het goede aanbod aan jonge Konijnen deden zowel Buizerd als Bruine Kiekendief het afgelopen jaar best aardig. Bij beide soorten wisten heel wat paren die met broeden waren begonnen ook enkele jongen groot te brengen. Bij de Buizerd zal vermoedelijk, nadat de nacontroles zijn uitgevoerd, blijken dat het aantal jongen gemiddeld is. Bij de Bruine Kiekendief komt het aantal uitgevlogen jongen met maximaal 2,7 lager uit dan ooit. Toch is het broedseizoen ook voor deze soort redelijk geslaagd. In tegenstelling tot 2003, het vorige slechte muizenjaar, was er in het voorjaar van 2006 nauwelijks sprake van deserties in de nestbouw- en eifase. Het aantal geringde jongen is wat dat betreft sprekend. De laatste jaren werden met gelijkblijvende inspanning in Oost en Midden Zeeuws-Vlaanderen achtereenvolgens 29 (2003), 73 (2004), 93 (2005) en 75 (2006) jongen geringd.

Wat betreft de pure vogeleters is vermeldenswaard dat in Zeeuws-Vlaanderen drie Slechtvalkparen hebben gebroed, waarvan twee succesvol met in totaal drie uitgevlogen jongen. Heel bijzonder was een uitgevlogen jong op een zandplaat in de Westerschelde. Het betrof het eerste geslaagde grondnest van de Slechtvalk in Nederland sinds 1926! Het jong, een mannetje, werd begin juli geringd waarbij tevens DNA werd afgenomen. Benieuwd of te achterhalen is wie pa en ma zijn.

Voor wat betreft de Sperwer is het vinden van nesten in 2006 moeizaam verlopen. Waarschijnlijk zijn minder paren tot broeden overgegaan dan in andere jaren. Het ziet er echter naar uit dat de paren die zijn gaan broeden het er over het algemeen goed van af hebben gebracht.

Van de Boomvalk zijn weliswaar de nodige broedparen opgespoord, maar werd tot nu toe slechts één nest gevonden. Het onderzoek naar deze soort schiet er vanwege het vele werk aan met name Bruine Kiekendieven bijna jaarlijks bij in.

Onder Beeldeverlsagen zijn nieuwe foto's te vinden van het veldwerk in juni en juli.