Volwassen man Bruine Kiekendief op zoek naar voedsel. Foto: Chiel Jacobusse.Volwassen man Bruine Kiekendief op zoek naar voedsel. Foto: Chiel Jacobusse.Inleiding
De voorbereidingen in verband met het jaar van de Bruine Kiekendief hebben mij de laatste maanden dusdanig veel tijd gekost (schrijven artikel, geven van lezingen), dat de verwerking van de broedresultaten van het roofvogelonderzoek 2009 voor Zeeland nog niet is afgerond. Hierdoor kan geen volledig jaarverslag worden opgesteld. In het eerstvolgende verslag komen daarom twee jaren aan bod. Het is al eens eerder voorgekomen, en wel in 2002 en 2003 .

Om toch een indruk van de resultaten van het seizoen 2009 te geven heb ik deze nieuwsbrief opgesteld met daarin de belangrijkste (uiteraard voorlopige) resultaten van 2009. Om het me gemakkelijk te maken, heb ik de cijfers van de broedbiologie overgenomen uit de nieuwste Takkeling (Bijlsma 2010). Daarin zijn alleen de resultaten verwerkt van de vóór 1 december 2009 ingeleverde nestkaarten.

Onderzoeksinspanning
2007 en 2008 en lag ongeveer op hetzelfde niveau als in 2006 .

Voedselsituatie
Gemeten aan het broedsucces van jonge Torenvalken (zie verderop) was 2009 een bijzonder slecht muizenjaar. De konijnstand in Midden Zeeuws-Vlaanderen is verder aangetrokken. Het aantal Hazen en Fazanten blijft in Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen op peil. Er is in 2009 wel geteld, maar de resultaten worden van de keer niet gepresenteerd.

Bruine Kiekendief
De resultaten van het onderzoek uit de periode 1995-2009 zijn voor wat betreft Zeeuws-Vlaanderen verwerkt in een artikel in de Takkeling . In Zeeuws-Vlaanderen gaat het slecht met de soort; Het aantal broedparen is sinds de eeuwwisseling meer dan gehalveerd en het nestsucces is in de onderzoeksperiode gedaald van 90-95% aan het begin van de onderzoeksperiode tot 40-50% de laatste twee jaren. Voor achtergronden, oorzaken en oplossingsmogelijkheden wordt verwezen naar (Castelijns et al 2010). In andere delen van Zeeland lijkt de afname minder sterk. In 2010 wordt de gehele Provincie geïnventariseerd. Volgend jaar weten we meer.

Havik
De soort blijft het ten noorden van de Westerschelde onverminderd goed doen. De vaststelling van enkele nieuwe broedlocaties duidt erop dat het aantal broedparen nog steeds in de lift zit. Er zijn nog geen Havikparen de Westerschelde overgestoken. Zeeuws-Vlaanderen is tegenwoordig het enige gebied in Nederland waar de soort nog niet broedt.

Helaas worden maar weinig nesten beklommen. Hierdoor zijn weinig broedbiologische resultaten voorhanden. Positief nieuws is dat vorig jaar van één waarnemer zes nestkaarten werden ontvangen met in totaal 63 prooien. Het gaat om broedparen in het Veerse Meer (4x), de Slikken van Bommenede (1x) en in een bosje op Noord Beveland. De resultaten zijn samengevat in tabel 1. Uit het overzicht blijkt dat Haviken eten wat te pot schaft. Opvallende prooien waren een Grauwe Gans (halfwas jong) en een Ransuil (volwassen ex.).

Sperwer
Het aantal broedende Sperwers neemt al een paar jaren enigszins af, vooral in Zeeuws-Vlaanderen. Daar zijn nogal wat jarenlang bezette broedplaatsen verlaten. Het vinden van nesten wordt daardoor steeds lastiger en de steekproef te klein voor zinnige uitspraken over de broedbiologie. Voor 2009 is van slechts vier nesten het legbegin bekend. Gemiddeld werd 2 mei gestart, voor Sperwers een normale datum. Het aantal eieren was met 4,5 (SD=0,9, N=8) eveneens gemiddeld en het aantal jongen was met 3,9 (SD=1,4, N=9) wat hoger dan in de periode 1995-2008 (GEM=3,3, SD=1,1, N=272).

Buizerd
De Buizerd had een matig jaar. De start van de eileg was met gemiddeld 6 april 3 dagen later dan het gemiddelde voor de periode 1995-2008. De legsels waren klein, slechts gemiddeld 2,3 ei (SD=0,8, N=35), terwijl in de periode 1995-2008 2,6 normaal was (SD=0,7, N=211). Dat gold ook voor het aantal uitgevlogen jongen. In 2009 gemiddeld 1,8 (SD=0,7, N=58) en in de periode daarvoor 2,0 (SD=0,7, N=455).

Een goede schatting van het aantal broedparen kan pas worden gemaakt zodra alle gegevens zijn verwerkt. De soort is in elk geval in 2009 niet in aantal afgenomen.

Torenvalk
De Torenvalk had in 2009 een van de slechtste jaren sinds de start van het onderzoek in 1995. De start van de eileg was met 4 mei acht dagen later dan het gemiddelde voor de periode 1995-2008. Het aantal eieren en het aantal uitgevlogen jongen behoorden met gemiddeld 4,3 (SD=0,7, N=62) en 3,2 (SD=1,2, N=78) tot de laagste ooit. Ter vergelijking ging het in 1995-2008 gemiddeld om respectievelijk 4,8 (SD=0,9, N=849) eieren en 3,8 (SD=1,1, N=1077) jongen.

In 2009 zijn veel broedgevallen mislukt en zijn heel wat paren niet overgegaan tot broeden. De populatiegrootte lag in dezelfde orde van grootte als in voorgaande jaren.

Boomvalk
Er werden slechts drie nestkaarten ingevuld. In alle drie de gevallen gaat het om een vermelding van een mogelijk broedgeval. Buiten de nestkaarten om werden nog eens 11 gevallen broedparen gemeld, waarvan in vier gevallen het broedsucces bekend is; 1, 2, 2 en 3 jongen.
De WRN is een kleurringproject gestart. Ringers worden verzocht de jongen behalve van metalen ringen van het Vogeltrekstation ook van WRN-kleurringen te voorzien. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hanneke Sevink .

Slechtvalk
In 2009 werden vier zekere broedgevallen van de Slechtvalk vastgesteld. Het ging om de Centrale Borssele (twee jongen geringd en uitgevlogen), Yara Sluiskil (twee jongen uitgevlogen uit een voor mensen onbereikbaar nest), Cerestar Sas van Gent (tweelegsel niet uitgekomen waarschijnlijk door een brandweerwedstrijd pal onder het nest op 4 april) en DOW Terneuzen (4 jongen geringd en uitgevlogen). Mogelijk was sprake van een broedgeval op de Grote Kerk van Veere. Gegevens voor wat betreft het Markiezaat/Zoommeer zijn nog niet voorhanden. De Slechtvalk is een soort om goed in de gaten te houden. Waarnemingen tijdens het broedseizoen bijvoorbeeld bij Oostburg, Middelburg, de inlagen van Schouwen-Duiveland duiden op meer broedparen. Wie spoort ze op?

Overige soorten
Wat betreft 2009 waren er wel geruchten maar geen serieuze aanwijzingen van een broedgeval van de Wespendief of andere roofvogelsoorten.