Jonge Bruine Kiekendieven van 1-4 dagen oud. Hulst Kleine Kreek op 17 juni 2008.Jonge Bruine Kiekendieven van 1-4 dagen oud. Hulst Kleine Kreek op 17 juni 2008.

Jonge Bruine Kiekendieven van 20-22 dagen oud. Koewacht Boerenkavelkreek op 13 juni 2004.Jonge Bruine Kiekendieven van 20-22 dagen oud. Koewacht Boerenkavelkreek op 13 juni 2004.
Jonge Bruine Kiekendieven van 32-35 dagen oud. Hulst Dievengat/Vuilmuil op 21 juni 2004.Jonge Bruine Kiekendieven van 32-35 dagen oud. Hulst Dievengat/Vuilmuil op 21 juni 2004.

Bruine Kiekendieven broeden op de grond, meestal in rietvelden maar de laatste jaren in toenemend aantal in landbouwgewassen, vooral graanvelden. Voor de vermoedelijke oorzaken zie jaarverslag 2007.

Als op het moment van de oogst de jongen nog niet zijn uitgevlogen, kunnen ze onbedoeld in de oogstmachine belanden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom willen de Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) en de Roofvogelwerkgroep Zeeland Zeeuwse landbouwers helpen dat te voorkomen. Als iemand het vermoeden heeft dat op zijn perceel een Bruine Kiekendief broedt, kan het nest voor hem worden opgespoord en gemarkeerd. Bovendien kunnen aanvullende beschermingsmaatregelen worden genomen. Neem daarvoor contact op met de Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) op telefoonnummer 0113 230936 (kantoor) of 06 12352169 (Alex Wieland).

Bepaling locatie van het nest
Bepaal de locatie van het nest door middel van een kruispeiling vanaf de akkerrand. Benader het nest vervolgens via een spuitspoor. Kies niet de kortste weg! Maak roofdieren zoals hond en vos het zo lastig mogelijk.
Het op goed geluk naar een nest gaan zoeken heeft geen zin. Bovendien loop je het gewas onnodig plat.
Als het vrouwtje op het nest zit, ze broedt dan nog of heeft heel kleine jongen, kan het nest ook door het slepen van een touw over het graan worden opgespoord. Maak ook dan gebruik van de spuitsporen. Pas deze methode alleen toe als er weinig tijd is. Bedenk dat het zwaar werk is en als het vrouwtje niet op het nest zit, het niet lukt om het nest te vinden. Roofvogelaars hebben ervaring met het opsporen van nesten. Schakel hen bij voorkeur in. Neem daarvoor contact op met SLZ op telefoonnummer 0113 230936 (kantoor) of 06 12352169 (Alex Wieland).

Het nest gevonden en dan?
Markeer het nest met een tak of paaltje. Bij voorkeur niet te opvallend, maar uiteraard wel zichtbaar vanaf de akkerrand (eventueel verrekijker gebruiken).
Zet het nest kort voor de oogst af. Niet eerder omdat het dan te veel opvalt. Zet een stuk gewas van minstens 10 bij 10 m rondom het nest af. Markeer elke hoek van dit stuk duidelijk. De bestuurder van de oogstmachine moet het goed kunnen zien! Gebruik bijvoorbeeld (rood/wit) afzetlint en informeer de bestuurder van de oogstmachine vooraf. Verwijder na de oogst de markeringen onmiddellijk en zet meteen het stuk graan af met schrikdraadnet. Vergeet niet het net onder spanning te zetten! Als je dit niet doet, is de kans groot dat het nest wordt geroofd door kat, vos of hond en is alle moeite voor niets geweest.

Bijna te laat wat nu?
Als het nest op het allerlaatste moment wordt gevonden, spaar het dan indien mogelijk. Maar het kan ook gebeuren dat je voor de oogstmachine jongen weg ziet fladderen en het nest al is overreden. Als de jongen erg groot zijn, ze vliegen al bijna, redden ze zich wel. Probeer ze wel in een ander landbouwgewas te krijgen, bij voorkeur graan. Je kunt ze er inzetten (pas op voor de scherpe klauwen!) of in drijven. De ouders vinden ze daar vrijwel zeker. Grote jongen hoeven niet bij elkaar te zitten, kleine jongen wel. Zet ze bij elkaar in een landbouwgewas en plaats er omheen schrikdraadnet.

Te laat
Het nest is overreden de jongen zijn gewond of er is geen mogelijkheid om ze in een ander gewas te plaatsen. Neem dan contact op met Vogelopvang de Mikke 0118 628288.

Als het nest is overreden en de jongen zijn dood, dan is dat jammer, maar helaas! Meld zo’n geval bij de Werkgroep Roofvogels Zeeland . Kiekendieven zijn enigszins plaatstrouw, mogelijk dat een volgend jaar wel tijdig kan worden ingegrepen

Onderzoek
De roofvogelwerkgroep Zeeland volgt de Zeeuwse roofvogels nauwgezet. Ze verzamelt gegevens van broedparen van alle dagroofvogels. Het gaat per broedpaar om de exacte broedlocatie, de broedbiotoop, het aantal eieren, de start van de eileg, het aantal jongen, de conditie van de jongen en het voedsel. Ook worden jongen geringd. Met deze gegevens wordt elk jaar een verslag opgesteld. Zie Jaarverslagen . Alle meldingen van broedende roofvogels zijn welkom. U kunt dat doen door een email te sturen via het contactformulier of eventueel te bellen met 0115 720293. Ook mislukte broedgevallen worden bijgehouden. Daar kun je ook wat van leren!